Citaat | Raad van State 26 april 2022

Alinea 41 Raad van State 26 april 2022

Een alinea uit Raad van State 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1239.

7.2. [appellant sub 2] heeft naar aanleiding van het hoger beroep van het college te kennen gegeven dat hij incidenteel hoger beroep instelt. Voor het antwoord op de vraag of een stuk als incidenteel hogerberoepschrift in de zin van artikel 8:110, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) kan worden aangemerkt, is niet bepalend dat daarin uitdrukkelijk is gesteld dat incidenteel hoger beroep wordt ingesteld, maar is bepalend of het stuk gronden bevat die zijn gericht tegen de uitspraak van de rechtbank. Vergelijk daarvoor de uitspraak van de Afdeling van 20 november 2019, ECLI:NL:RVS:2019:3804. Uit het stuk van [appellant sub 2] blijkt niet dat hij gronden richt tegen de uitspraak van de rechtbank. Hij voert slechts verweer tegen wat het college in hoger beroep heeft aangevoerd. De Afdeling vat het door [appellant sub 2] als incidenteel hogerberoepschrift aangemerkte stuk dan ook op als een schriftelijke uiteenzetting, zoals ook ter zitting besproken.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be303e1e0f2bb364633bd098ce24e3aa594d8538d70aedd6f87338cf203ea734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be303e1e0f2bb364633bd098ce24e3aa594d8538d70aedd6f87338cf203ea734, en de alinea staat in dat document op bytes 15249 tot 16251.