Citaat | Raad van State 26 april 2022

Alinea 71 Raad van State 26 april 2022

Een alinea uit Raad van State 26 april 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1239.

9.4. Uit artikel 2:12, derde lid, van de APV blijkt dat het college het maken van een uitweg verbiedt als één van de in dat lid genoemde gevallen zich voordoet. De bepaling in de APV van Nijmegen, die aan de orde was in de uitspraak van de Afdeling van 26 augustus 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2705, waarnaar de rechtbank heeft verwezen, is hiermee niet vergelijkbaar. Uit die bepaling volgde, anders dan in deze zaak, dat een belangenafweging moest worden gemaakt. De rechtbank heeft ten onrechte geoordeeld dat het college in dit geval op grond van artikel 2:12, derde lid, van de APV een belangenafweging moet maken. Het college heeft in het besluit van 3 maart 2020 voldoende toegelicht dat het geen ruimte ziet om op grond van artikel 2:12, derde lid, van de APV de uitweg zoals gemeld op 15 oktober 2018 toe te staan. Het college hoefde daarbij niet te beoordelen of de uitweg past binnen het bestemmingsplan. Artikel 2:12 van de APV biedt daarvoor geen ruimte.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/be303e1e0f2bb364633bd098ce24e3aa594d8538d70aedd6f87338cf203ea734. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt be303e1e0f2bb364633bd098ce24e3aa594d8538d70aedd6f87338cf203ea734, en de alinea staat in dat document op bytes 26415 tot 27397.