Citaat | Raad van State 19 januari 2022

Alinea 32 Raad van State 19 januari 2022

Een alinea uit Raad van State 19 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:174.

5. Op 4 november 2020 heeft de raad het voornemen geuit om de toevoeging met kenmerk 1IJ2204 op grond van artikel 34g, eerste lid, aanhef en onder b, van de Wet op de rechtsbijstand (hierna: de Wrb) met terugwerkende kracht in te trekken. De reden daarvoor is dat het resultaat van de zaak waarvoor de toevoeging was verleend, recht geeft op een bedrag dat hoger is dan 50 procent van het heffingsvrije vermogen. [appellant sub 1] heeft op dit voornemen gereageerd. Bij besluit dat 24 november 2020, gehandhaafd bij besluit van 3 maart 2021, heeft de raad de toevoeging met kenmerk 1IJ2204 ingetrokken. Daaraan heeft de raad ten grondslag gelegd dat het resultaat van de procedure waarvoor de toevoeging is verleend € 16.585,00 is en dat dit bedrag de voor [appellant sub 1] geldende resultaatsgrens in 2020 van € 15.423,00 overschrijdt. Daarbij heeft de raad betrokken dat de wetgever heeft bepaald dat roerende en onroerende zaken niet meetellen bij het beoordelen van het resultaat en verder dat uit het beleid van de raad blijkt dat het resultaat onafhankelijk is van oorsprong, rechtstitel of bestemming van de opbrengst. Dat houdt volgens de raad in dat geen rekening wordt gehouden met de oorsprong van het bedrag, wie daar destijds aanspraak op heeft gemaakt en waar het bedrag uiteindelijk aan besteed wordt. Wat betreft de erfenis van de oma van [appellant sub 1] heeft de raad opgemerkt dat het saldo van de bankrekening terecht is meegenomen in de resultaatbeoordeling, nu dit saldo onderwerp van discussie is geweest tussen [appellant sub 1] en haar ex-partner en daarmee voldoende aannemelijk is dat dit saldo onderdeel van de rechtsbijstand is geweest. Dat [appellant sub 1] en haar ex-partner ter zitting bij de rechtbank tot de conclusie zijn gekomen dat het geschil niet langer betrekking heeft op dit saldo betekent niet dat er dan ook geen rechtsbijstand is verleend met betrekking tot dit vermogensbestanddeel, aldus de raad. Ten slotte heeft de raad zich op het standpunt gesteld dat het beroep van [appellant sub 1] op zwaarwegende omstandigheden niet kan slagen, omdat niet is gebleken dat het resultaat oninbaar is ofwel niet verhaalbaar binnen een afzienbare termijn en de hoogte van de advocaatkosten evenmin een zwaarwegende omstandigheid als bedoeld in artikel 34g van de Wrb is.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/11bc827ec004f8aeb727b4383e37916548d730913f8f23a81c92d06ec80432af. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 11bc827ec004f8aeb727b4383e37916548d730913f8f23a81c92d06ec80432af, en de alinea staat in dat document op bytes 8675 tot 11012.