Citaat | Raad van State 6 juli 2022

Onder 4.4. Raad van State 6 juli 2022

Een alinea uit Raad van State 6 juli 2022, ECLI:NL:RVS:2022:1913.

Anders dan de rechtbank is de Afdeling van oordeel dat niet aannemelijk is dat er feitelijk in of vanuit de woning drugs werden verhandeld. Er is geen feitelijke handel vanuit de woning waargenomen en ook geen ‘loop’ naar de woning. Verder zijn er ook geen meldingen van overlast geweest of verklaringen van buurtbewoners, die zouden kunnen wijzen op handel vanuit de woning. In de woning zijn evenmin attributen aangetroffen die een aanwijzing zouden kunnen zijn voor drugshandel. Onder deze omstandigheden zijn er naar het oordeel van de Afdeling te weinig aanwijzingen dat er vanuit de woning drugs werden verhandeld. Het had daarom op weg van de burgemeester gelegen om nader te onderbouwen waarom dat volgens hem toch wel het geval was. Dat heeft de burgemeester niet gedaan. De burgemeester heeft de noodzaak tot sluiting niet gemotiveerd met de daadwerkelijke schending van de openbare orde in een kwetsbare buurt en de noodzaak die te herstellen. Het enkele aantreffen van de in zakjes in de woning bewaarde drugs en de wens om zichtbaar te maken dat in de regio wordt opgetreden tegen drugscriminelen, is alles afwegende in dit geval onvoldoende voor de conclusie dat er vanuit de woning drugs werden verhandeld en dat daarom ter plaatse de openbare orde hersteld diende te worden door de woning te sluiten. Daarnaast had de zoon al vóór het besluit van 24 oktober 2019 over de sluiting, de woning verlaten door bij zijn vader in Waalre in te trekken. Ook van recidive is niet gebleken. Voorts staat weliswaar niet ter discussie dat in Eindhoven en omgeving drugscriminaliteit een probleem is, maar niet in geschil is dat de woning niet in een voor drugscriminaliteit kwetsbare woonwijk is gelegen. Zoals de burgemeester ter zitting heeft bevestigd, zijn in deze woonwijk eerder geen andere woningen gesloten op grond van 13b Opiumwet. In dit geval kon de burgemeester, alle feiten en omstandigheden afwegende, niet concluderen dat de sluiting van de woning voor het herstel van de openbare orde en het woon- en leefklimaat ter plaatse noodzakelijk was. De burgemeester heeft dan ook geen gebruik mogen maken van zijn bevoegdheid tot sluiting van de woning. Aan de beoordeling of de sluitingsduur voldoende is afgestemd op de concrete situatie, komt de Afdeling daarom niet toe.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/157f3f0beba3fea84d8eea9c56c8852c6eb6a5c8195113fa77a4703005a77daa. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 157f3f0beba3fea84d8eea9c56c8852c6eb6a5c8195113fa77a4703005a77daa, en de alinea staat in dat document op bytes 14760 tot 17066.