Citaat | Raad van State 12 januari 2022
Alinea 41 Raad van State 12 januari 2022
Een alinea uit Raad van State 12 januari 2022, ECLI:NL:RVS:2022:72.
7.3. Bij het plaatsgebonden risico gaat het om de kans per jaar dat een gemiddelde persoon op een bepaalde geografische plaats in de omgeving van een inrichting overlijdt als rechtstreeks gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen in die inrichting, ervan uitgaande dat die persoon onbeschermd en permanent op die plaats aanwezig is. In artikel 8, eerste lid, van het Bevi is als algemene norm vastgelegd dat de kans dat een persoon acuut overlijdt ten gevolge van een ongeval met gevaarlijke stoffen binnen een risicovolle inrichting niet groter mag zijn dan 1 op de 1 miljoen per jaar, oftewel 10-6/jaar. Voor de aan te houden afstand tussen risicovolle inrichtingen en (beperkt) kwetsbare objecten wordt in het Bevi onderscheid gemaakt tussen twee categorieën van risicovolle inrichtingen. Dit zijn enerzijds inrichtingen met zodanig specifieke kenmerken dat voor de vaststelling van risico’s een specifieke risicoanalyse moet worden uitgevoerd en anderzijds inrichtingen waarvoor, door de aard van de activiteit of aanwezige gevaarlijke stoffen, een standaardbenadering kan worden gevolgd. Voor eerstgenoemde categorie geldt dat per individueel geval een zogenoemde "kwantitatieve risicoanalyse (Quantitative Risk Analysis of QRA)" gemaakt dient te worden. Daarbij wordt de ligging of omvang van de 10-6 risicocontour rondom de inrichting vastgesteld per individueel geval. De tweede categorie zijn inrichtingen waarvoor de wetgever de omvang van de 10-6 risicocontour bij voorbaat heeft geconcretiseerd door deze "te vertalen" naar concrete veiligheidsafstanden in de Revi. Tot deze tweede categorie inrichtingen behoren onder andere LPG-tankstations. Voor LPG-tankstations gelden de afstanden die zijn vastgelegd in Tabel 1 van Bijlage 1 bij de Revi. Aan de initiële berekening van de vaste afstanden voor LPG-tankstations in de Revi (2004) ligt een "generieke" door TNO verrichte kwantitatieve risicoanalyse ten grondslag (TNO-rapport R 2001/435a). Uit dit rapport van TNO kan worden afgeleid dat het LPG-vulpunt het meest "risicovolle" onderdeel is van een LPG-tankstation. Dat is de plek waar de aansluiting met een LPG-transportwagen wordt gerealiseerd teneinde de (ondergrondse) opslagtanks van het station te vullen. Naarmate de jaarlijkse doorzet van het LPG-tankstation hoger is, neemt ook de jaarlijkse beleveringsfrequentie toe en daarmee ook de totale tijd dat LPG uit een transportwagen gepompt wordt in het reservoir van het tankstation. Voor een LPG-tankstation met een doorzet van minder dan 500 m³/jaar, zoals het tankstation van Tamoil, geldt op grond van artikel 5, derde lid, van het Bevi, gelezen in samenhang met artikel 2, eerste lid, aanhef en onder a, en Tabel 1 van Bijlage 1 van de Revi, een aan te houden afstand van 25 m vanaf het vulpunt en vanaf een ondergronds of ingeterpt reservoir tot een kwetsbaar object, bijvoorbeeld een woning. Verder geldt een aan te houden afstand van 15 m vanaf een afleverzuil tot een kwetsbaar object.
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/984e486f7fc528710a67276c6c99e017036335710f9508e80d7dc96ba40ed824. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 984e486f7fc528710a67276c6c99e017036335710f9508e80d7dc96ba40ed824, en de alinea staat in dat document op bytes 18242 tot 21231.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/984e486f7fc528710a67276c6c99e017036335710f9508e80d7dc96ba40ed824 | shasum -a 256