Citaat | Raad van State 14 juni 2023

Alinea 76 Raad van State 14 juni 2023

Een alinea uit Raad van State 14 juni 2023, ECLI:NL:RVS:2023:2320.

12.1. Zoals de Afdeling eerder heeft overwogen (onder meer in een door de rechtbank genoemde uitspraak van 26 februari 2020, ECLI:NL:RVS:2020:607), is de redelijke termijn bedoeld in artikel 6, eerste lid, van het EVRM overschreden, indien de duur van de gehele procedure onredelijk lang is. Verder is, zoals volgt uit vaste jurisprudentie van de Hoge Raad waarbij de Afdeling zich aansluit, voor de beslechting van het geschil over een bestraffende sanctie in eerste aanleg uitgangspunt dat deze niet binnen een redelijke termijn geschiedt, indien de rechtbank, behoudens bijzondere omstandigheden, niet binnen twee jaar nadat die termijn is gaan lopen uitspraak heeft gedaan. Voor de beslechting van het geschil in hoger beroep heeft als uitgangspunt te gelden dat deze niet binnen een redelijke termijn geschiedt, indien behoudens bijzondere omstandigheden niet binnen vier jaar nadat die termijn is gaan lopen uitspraak is gedaan. De redelijke termijn is begonnen op het moment dat het betrokken bestuursorgaan ten aanzien van de beboete een handeling heeft verricht waaraan deze in redelijkheid de verwachting kon ontlenen dat het bestuursorgaan hem een boete zou opleggen.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/76296f4e9ccfed1fe1888f81af728822a5e2b3b62c5290fefa4b5acb410e33d9. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 76296f4e9ccfed1fe1888f81af728822a5e2b3b62c5290fefa4b5acb410e33d9, en de alinea staat in dat document op bytes 44389 tot 45582.