Citaat | Raad van State 3 april 2024

Alinea 49 Raad van State 3 april 2024

Een alinea uit Raad van State 3 april 2024, ECLI:NL:RVS:2024:1406.

4. [appellant] betoogt dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat het college zijn bezwaren tegen het besluit van 27 mei 2019 niet-ontvankelijk had mogen verklaren. Hij heeft te laat bezwaar gemaakt omdat hij door de uitsluitend elektronische publicatie niet tijdig kennis heeft kunnen nemen van dit besluit. Anders dan de rechtbank heeft overwogen, waren de mededelingen over elektronische publicaties volgens [appellant] niet in het Almelo’s Weekblad te vinden. Voor zover deze mededelingen in het Almelo’s Weekblad van 21 mei 2019 en 28 mei 2019 stonden, waren deze mededelingen volgens [appellant] onduidelijk en vaag. Daarnaast betoogt [appellant] dat de rechtbank ten onrechte heeft geoordeeld dat de sloopwerkzaamheden in 2020 een reden hadden kunnen zijn om tijdig een bezwaarschrift in te dienen. Bovendien had volgens [appellant] een belangenafweging moeten plaatsvinden, waarbij zijn belang had moeten worden meegenomen. Gelet hierop is het bezwaar tegen het besluit van 27 mei 2019 wel ontvankelijk, zo betoogt [appellant].

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/dc98778548de5e8178aa64c587192515bd65ef9607e249a74420920a3ea7f988. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt dc98778548de5e8178aa64c587192515bd65ef9607e249a74420920a3ea7f988, en de alinea staat in dat document op bytes 11647 tot 12719.