Citaat | Raad van State 6 augustus 2025

Alinea 73 Raad van State 6 augustus 2025

Een alinea uit Raad van State 6 augustus 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3690.

31. In het geval dat de aanvrager de eigendom van een onroerende zaak heeft verworven na de inwerkingtreding van een bestemmingsplan dat voor deze onroerende zaak een uit te werken bestemming bevat die een positieve invloed heeft op de waarde daarvan, en dit bestemmingsplan wordt gevolgd door een uitwerkingsplan, moet het bestuursorgaan - conform de onder 30 bedoelde hoofdregel - een vergelijking maken tussen de redelijke verwachting van de invulling van de uit te werken bestemming en de maximale mogelijkheden van het uitwerkingsplan. Dat is niet in strijd met de bedoeling van de wetgever. In deze situatie bestaat immers niet het risico dat een tegemoetkoming voor theoretische planschade wordt verstrekt. Indien uit de vergelijking zou blijken dat de maximale mogelijkheden van het uitwerkingsplan voor de aanvrager groter zijn dan de redelijke verwachting van de invulling van de uit te werken bestemming, is de aanvrager niet in een nadeliger planologische positie komen te verkeren en heeft hij geen planschade geleden. Indien de maximale mogelijkheden van het uitwerkingsplan voor de aanvrager kleiner zouden zijn, is hij in een nadeliger planologische positie komen te verkeren (uitspraak van 8 februari 2017, ECLI:NL:RVS:2017:326).

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/f4e9331e93293e2b35edd7d9094268a006c22d945f2d874c6ddf64d32e51eec8. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt f4e9331e93293e2b35edd7d9094268a006c22d945f2d874c6ddf64d32e51eec8, en de alinea staat in dat document op bytes 26249 tot 27516.