Citaat | Raad van State 5 maart 2025

Alinea 44 Raad van State 5 maart 2025

Een alinea uit Raad van State 5 maart 2025, ECLI:NL:RVS:2025:678.

6. [appellant A] en [appellant B] betogen dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat er geen reden was om af te zien van handhavend optreden. Volgens hen is er namelijk sprake van bijzondere omstandigheden die daartoe aanleiding geven. Zij wijzen er in dit verband op dat de situatie in feite al gelegaliseerd is omdat het gebruik al jarenlang op dezelfde wijze plaatsvindt en dat de gemeente een vergunning kan en ook zou moeten verlenen. Ook heeft het college volgens [appellant A] en [appellant B] eerder gecontroleerd en heeft het naar aanleiding daarvan destijds niet handhavend opgetreden. Daarnaast hebben zij gewezen op de raadsmededeling van het college van 28 april 2011 met daarin een beleidsnotitie over schuilstallen in het buitengebied, waaruit volgt dat schuilstallen onder voorwaarden waren toegestaan. Op de zitting hebben [appellant A] en [appellant B] toegelicht dat het college hen in verband met een brief van de gemeente aan [persoon], de voormalige eigenaar van het perceel, van 16 november 2001 ook mondeling heeft toegezegd dat het niet handhavend zal optreden tegen de bebouwing. Hieruit mochten zij afleiden dat de bebouwing en het gebruik van het perceel waren toegestaan. [appellant A] en [appellant B] voeren verder nog aan dat zij onevenredig in hun belangen worden geschaad. Zij brengen in dit verband naar voren dat zij ongestoord op het perceel willen genieten van hun oude dag en de natuur.

Zelf controleren

Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/e47b6b8bd5749d30014a4cc7d367eae6bbd86ec0d689502f8020691cb2f6cab7. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt e47b6b8bd5749d30014a4cc7d367eae6bbd86ec0d689502f8020691cb2f6cab7, en de alinea staat in dat document op bytes 16586 tot 18043.