Citaat | Raad van State 26 februari 2025
Alinea 372 Raad van State 26 februari 2025
Een alinea uit Raad van State 26 februari 2025, ECLI:NL:RVS:2025:764.
11.17 De rechtspraak van de burgerlijke rechter laat zien dat het steeds de registratiehouder van het geneesmiddel is die over de aanwijzing op grond van art. 2.50 Rzv procedeert (zie de hiervoor in 11.10 aangehaalde rechtspraak). Dat is begrijpelijk nu zijn belang evident is. Hij is volgens de wettelijke regeling ook de enige die een aanwijzing kan aanvragen (art. 2.50 lid 1 Rzv).[200] Wij zien er geen bezwaar in dat de registratiehouder bij de burgerlijke rechter moet procederen. Wij sluiten overigens niet uit dat ook patiënten en patiëntenverenigingen (wijzigingen van) een aanwijzing zouden moeten kunnen uitlokken, maar het aanvaarden van die mogelijkheid betekent ons inziens niet dat uitsluitend om die reden een CBAS zou moeten worden aangenomen, in verband met de meer laagdrempelige toegang tot de bestuursrechter (zie hiervoor in 10.5).
Zelf controleren
Voor dit citaat hoeft niemand Bron op zijn woord te geloven. Het document dat rechtspraak.nl publiceerde, staat op https://bron.page/api/v1/blobs/31953e29052a9ccd3bd9f8cf1049c0b7fbedebc341c08053ee87ce1519e92046. Wie het ophaalt en de SHA-256 ervan berekent, krijgt 31953e29052a9ccd3bd9f8cf1049c0b7fbedebc341c08053ee87ce1519e92046, en de alinea staat in dat document op bytes 220980 tot 221850.
$ curl -s https://bron.page/api/v1/blobs/31953e29052a9ccd3bd9f8cf1049c0b7fbedebc341c08053ee87ce1519e92046 | shasum -a 256